VERENIGING
  • Doelstelling
  • Lidmaatschap
  • Gratis brochure
  • Evenementen
  • Raadgever


  • PRAIRIEHONDEN
  • Legenden
  • Oorsprong
  • Geschikt huisdier?
  • Aanschaf
  • Gedrag
  • Huisvesting
  • Voeding
  • Verzorging
  • Medisch
  • Voortplanting
  • Winteragressie
  • Vakantieopvang
  • Herplaatsing


  • FOTOALBUM
    VIDEO
    FORUM
    LINKS
    HOME

    Meest voorkomende aandoeningen bij de Zwartstaart Prairiehond ( Cynomys ludovicianus )


    Inleiding

    In de onderstaande tekst worden enkele vaak voorkomende problemen bij prairiehonden besproken.
    Belangrijk is dat men zich realiseert dat de Zwartstaart Prairiehond in zijn natuurlijke habitat een prooidier is. De dieren gaan instinctief pas laat uiterlijke tekenen van ziekte vertonen, wetende dat dit de aandacht van een predator kan trekken.
    Als eigenaar moet men op de hoogte zijn van de natuurlijke gedragingen van Cynomys. Op deze wijze kan men tekenen van ziekte en pijn snel opmerken.
    Eigenaars moeten ook op de hoogte zijn van mogelijke gedragsveranderingen tijdens de jaarlijkse voortplantingsperiode. De dieren worden onder hormonale invloed vaak agressief en verliezen soms lichaamsgewicht . Ook veranderingen in vachtstructuur worden tijdens deze periode gezien.  
    In tegenstelling tot veel andere diersoorten is routinematige vaccinatie en ontworming niet nodig.
    Gezien de voedingsgewoonten van deze dieren komen wormbesmettingen zelden voor.
    Bij aankoop laat men de dieren wel best controleren bij de dierenarts, vooral als het om wildvang gaat.

    Korte samenvatting van enkele vaak voorkomende ziekten en problemen bij de Zwartstaart Prairiehond

    1) Obesitas ( overgewicht )

    Veel prairiehonden worden in te kleine ruimten gehouden, met als gevolg dat de dieren weinig lichaamsbeweging krijgen.
    Ook de voeding laat vaak te wensen over. De dieren krijgen dikwijls een ongeschikte
    voeding
    zoals pindanootjes, zonnepitten, katteneten, vogelzaad of een ongeschikte knaagdierenmengeling. Deze dieëten bevatten vaak een te hoog vet- en/of eiwitgehalte. Veel prairiehondjes lijden dan ook aan overgewicht. Dit  brengt  een verhoogd risico op lever-, hart- en longziekten en problemen ter hoogte van de ledematen, met zich mee.


    2) Trauma

    Prairiehonden leven in hun natuurlijke habitat op grote grasvlakten. De dieren zijn van nature erg nieuwsgierig en speels. Ze klimmen graag in de hoogte doch hebben weinig dieptezicht. In gevangenschap gebeuren frequent valpartijen.
    Mogelijke gevolgen hiervan zijn kneuzingen, fracturen en paralyse (verlamming). Een enkele keer kan een valpartij zelfs een fatale afloop kennen.
    Wat eveneens af en toe voorkomt, doch minder ernstig is, is het afscheuren van een nagel, doordat de dieren met hun lange nagels ergens in blijven haken. Dit kan sterk bloeden en er vrij ernstig uitzien. Meestal stopt dit bloedverlies vanzelf, eventueel kan men het bloeden stelpen met een drukverbandje.

    Prairiehonden zijn doorgaans erg sociale dieren. Tijdens het voortplantingsseizoen gaan de dieren zich echter vaak agressief gedragen tegenover soortgenoten. Met hun lange klauwen en beitelvormige snijtanden kunnen ze elkaar zwaar verwonden. Soms volstaat ontsmetten met Iso-Betadine ®. Erge bijtwonden moeten bij de dierenarts onder algemene anesthesie worden gereinigd en eventueel gehecht. Als de wonden geinfecteerd zijn is het aangewezen een gepast antibioticum te geven.


    3) Maag-darmproblemen

    Twee vaak voorkomende aandoeningen ter hoogte van het maagdarm stelsel zijn diarree en ileus ( darmverlamming ).
    Diarree is in veel gevallen een gevolg van een voederfout zoals een ongeschikt dieet ( zie hoofdstuk over voeding ) of een plotse voedingsverandering. Vaak lost het probleem op door de dieren een aantal dagen enkel hooi en vers water te geven. Indien men niet snel een verbetering ziet, is het aangeraden om een dierenarts te raadplegen.
    Ileus kan meerdere oorzaken hebben. Risicofactoren zijn ondermeer een verkeerd dieet, anorexie, anesthesie of toediening van een ongeschikt antibioticum. Geef nooit op eigen initiatief antibiotica. Bepaalde antibiotica kunnen de maagdarmflora van een prairiehond volledig ontregelen en een dodelijke afloop hebben.
     Het is zeer belangrijk om een dier dat niet meer wil eten, te dwangvoederen, zodat het maagdarm stelsel in beweging blijft. Geschikt hiervoor zijn onder andere babyvoeding ( enkel groenten ); magere, ongesuikerde yoghourt en Critical Care ® ( Oxbow ). Het laatste product is een speciale vloeibare voeding voor herbivore dieren, die enkel via de dierenarts te verkrijgen is. Als een prairiehond gedurende 24 uur weigert voedsel op te nemen is het dringend aangeraden een dierenarts te raadplegen. 


    4) Intoxicaties

    Prairiehonden kunnen, net zoals andere knaagdieren, niet braken. Dit houdt in dat wanneer de dieren accidenteel een toxisch product opeten, men de dieren niet kan laten braken. Het risico op een fatale afloop is dan ook reëel.
    Zorg dan ook dat huishoudproducten steeds ver buiten het bereik van uw prairiehond staan.
    Indien vermoed wordt dat een prairiehond een giftig product heeft opgegeten, contacteer dan dadelijk een dierenarts. Breng indien mogelijk de verpakking van het bewuste product mee, zodat uw dierenarts over alle nodige informatie beschikt om uw dier te behandelen.


    5) Hypothemie (onderkoeling)

    Prairiehondjes zijn, door hun kleine lichaamsgewicht en snelle metabolisme, erg gevoelig aan onderkoeling.
    Stress situaties zoals bijvoorbeeld ziekte of een langdurige anesthesie vormen bijkomende risicofactoren..
    Een ander fenomeen is dat de dieren bij koude temperaturen in een lichte semi-winterslaap kunnen gaan. De dieren voelen in dit geval koud en slap aan. Soms zijn ze volledig levenloos.
    Belangrijk is dat de dieren zo snel mogelijk terug worden opgewarmd. Hiervoor is onder andere een warmwater kruik geschikt. Zorg wel dat tussen de warmtebron en het dier een handdoek ligt, zodat ze zich niet kunnen verbranden.
    In sommige gevallen volstaat dit niet, en is een bezoek aan de dierenarts nodig, voor opname in een couveuse en vochttoediening.


    6)Tandproblemen

    De tandformule van prairiehondjes is:

    I (snijtanden) 1/1   C (hoektanden) 0/0     P (premolaren) 2/1     M (molaren) 3/3     (Vittorio Capello, 2003)

    De snijtanden van prairiehonden groeien levenslang door. De dieren moeten over een vezelrijk voeder beschikken om voor voldoende slijtage van de snijtanden te zorgen. De kleur kan variëren van beige tot geel. Het tandoppervlak moet glanzend en vlak zijn. Horizontale groeven of afbrokkelen van de snijtanden wijst dikwijls op voederdeficinties.
    De kiezen groeien bij prairiehondjes, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een cavia, NIET door

    Af en toe ziet men zogenoemde "olifantstanden". Dit zijn snijtanden die veel te lang worden door gebrek aan slijtage. Dit kan een aangeboren of verworven (door trauma of onaangepaste voeding) probleem zijn. De behandeling bestaat uit het inkorten van deze tanden. Dit gebeurt met een boor. Vaak is hiervoor een kortstondige anesthesie nodig. Deze behandeling dient elke 4-8 weken herhaald te worden, afhankelijk van de groeisnelheid van de snijtanden.
    Ga vooral niet knippen aan de tanden. Dit is zeer pijnlijk, maakt de standafwijking enkel erger, en brengt een groot risico met zich mee op infecties en tandfracturen.
    Eventueel kan extractie van de bovenste snijtanden overwogen worden.

    Een ander probleem op het niveau van de snijtanden is het zogenaamde odontoma. Dit is een goedaardig gezwel ter hoogte van de basis van de bovenste snijtanden. Er wordt vermoed dat trauma, zoals een valpartij of het continu knagen aan de tralies van het hok, een mogelijke oorzaak is van het ontstaan van een odontoma. Doordat deze tumor de neusholte sterk vernauwt, en prairiehonden door de neus ademen, ziet men onder andere een geforceerde ademhaling, open mond ademen, anorexie, vermageren en tandenknarsen. De diagnose gebeurt op basis van de symptomen en één of meerdere radiografieën van de kop.  Behandeling bestaat uit extractie van de bovenste snijtanden. De kans op fatale afloop is echter reëel. Soms wordt palliatief een ademopening gemaakt in de neus. Dit is echter pijnlijk en stresserend, is slechts een tijdelijke oplossing en brengt een groot risico op infecties met zich mee.

    Ter hoogte van de kiezen is cariës een vaak voorkomend probleem.


    7) Pneumonie (longontsteking)

    Problemen ter hoogte van de ademhalingswegen komen vaak voor bij prairiehonden. Symptomen van een pneumonie zijn onder andere: open mond ademen, reutels, anorexie, koorts, Contacteer bij het opmerken van deze symptomen zo snel mogelijk een dierenarts. De behandeling bestaat ondermeer uit toediening van de geschikte antibiotica, vernevelen van medicatie en indien nodig zuurstoftoediening.


    8) Huidproblemen

    Mogelijke oorzaken van huidproblemen zijn ondermeer schimmel, schurftmijten, vlooien, bacteriële infecties en hormonale problemen.
    Vaak geziene symptomen zijn haaruitval, korstvorming, schilfers en jeuk. Ga in dit geval langs bij de dierenarts om de oorzaak op te sporen. De ingestelde behandeling is afhankelijk van de oorzaak.


    Referenties

    Capello V.: Dental diseases and surgical treatment in pet rodents, Exotic DVM 5(3): pp22, 2003

     
     
     
    Pseudo-odontoma bij prairiehondjes
     
     
    Algemeen
     
     
    In mijn praktijk zie ik jaarlijks tientallen prairiehondjes met een pseudo-odontoma. Dit ziektebeeld is een van de meest voorkomende aandoeningen bij prairiehondjes in gevangenschap.
    Een pseudo-odontoma is een tumorale omvorming van één of beide bovenste snijtanden. Het gaat om een goedaardig gezwel dat problemen kan veroorzaken als het door zijn omvang de neus gaat blokkeren. Prairiehondjes ademen namelijk net als de meeste knaagdieren via de neus, en in het geval van een pseudo-odontoma  kan de ademhaling bemoeilijkt worden.
     
    Oorzaak
     
     
    Er is nog steeds veel onduidelijkheid over de ontstaansredenen van pseudo-odontoma's. Vaak worden continu tralieknagen en/of trauma (bijvoorbeeld na een val met afbreken van snijtanden) als de oorzaken genoemd, maar na rondvraag bij eigenaars van prairiehondjes met pseudo-odontoma in mijn praktijk, lijkt mij dit onwaarschijnlijk.
    Aangezien dit probleem niet voorkomt bij wilde prairiehondjes lijken verkeerd dieet en een gebrek aan natuurlijk zonlicht (UV-B straling) meer voor de hand liggende oorzaken van dit probleem. Zowel een tekort aan vezels, calcium en/of vitamine D als een gebrek aan UV-B stralen kunnen problemen geven met het calciummetabolisme en/of de tandvorming.
    Ook moet rekening worden gehouden met een erfelijke invloed.
     
     
    Symptomen
     
     
    In de meeste gevallen gaat het om prairiehondjes vanaf 4 jaar ouderdom. Pseudo-odontoma's komen zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke dieren voor.
    Een van de eerst symptomen is het moeilijker ademhalen van de dieren. Dit kan zich uiten door een luidruchtige of piepende ademhaling, een toename van de ademhalingsfrequentie en/of een duidelijk toegenomen inspanning bij het ademen (duidelijk te zien door een pompende beweging in de flanken). In gevorderde gevallen gaan de dieren met open mond ademen.
    Men dient ook steeds de kleur van de slijmvliezen na te kijken, deze moeten normaal mooi roze zijn. Men kan dit het beste nakijken aan de kleur van de voetzooltjes. Als die abnormaal  bleek worden, wijst dit vaak op een gedaald zuurstofgehalte in het bloed ten gevolge van de moeilijke ademhaling.
    Dikwijls gaat dit eveneens gepaard met een infectie van de neusholte onder andere merkbaar door een etterige neusvloei. Bekijk ook steeds de binnenkant van de voorpootjes,  prairiehondjes gaan bij neusvloei hun neusje vaker reinigen en men ziet dan ook dikwijls snot aan de voorpootjes.
    Een ander typische symptoom is een verlies van de stem. Dit uit zich in een yahoo-roep die ofwel minder wordt geuit, ofwel op een andere toon ofwel verliezen de diertjes halverwege de kreet hun stem.
    Op termijn gaan vooral de dieren die reeds voornamelijk via de mond ademen, moeilijkheden krijgen bij het slikken. De verklaring hiervoor is dat ze tijdens het doorslikken van voedsel tijdelijk geen lucht  kunnen binnentrekken via de mond. Het gevolg is vaak dat de diertjes toch plots naar adem snakken tijdens het slikken met als gevolg dat er voedsel in de luchtpijp terecht komt. In erge gevallen kan dit gepaard gaan met bewustzijnsverlies.
    Men ziet ook een geleidelijke achteruitgang van de algemene toestand, zoals een daling van het lichaamsgewicht en een doffe, slecht onderhouden vacht.
    Ter hoogte van de snijtandentanden merkt men ook opvallende veranderingen. De snijtanden van prairiehondjes groeien namelijk net als bij andere knaagdieren levenslang door.
    Typisch bij diertjes met een pseudo-odontoma is dat  de groei van de bovenste snijtanden ophoudt. Vaak wordt foutievelijk gedacht dat de bovenste snijtanden zijn uigevallen, doch als met goed kijkt zal men meestal nog net een stukje van de tanden zien.
    Ook de groei van de onderste snijtanden komt in het gedrang. Meestal groeien die wel nog een tijdje door, doch zullen steeds meer structuurveranderingen zichtbaar worden. Wat meestal opvalt is een dwarsstreping van de onderste snijtanden. Op termijn zullen ook de onderste snijtanden vertragen of stoppen met groeien.
     
     
    Onderste snijtanden: dwarsstreping en elongatie bij pseudo-odontoma
     
    Bovenste snijtanden: groeistop, enkel het uiteinde is zichtbaar
     
     
    Prairiehondje met pseudo-odontoma in zeer slechte algemene toestand: erg mager en slecht verzorgde vacht. Toediening van vloeibaar voedsel in de hoogte. Vochttoediening via een infuus. Opname in couveuse.
     
     
    Diagnose
     
    De diagnose kan worden gesteld op basis van de typische symptomen.
    In de meeste gevallen kan het gezwel in de mond worden gevoeld als een bolvormige verhevenheid in het harde gehemelte.
    Steeds moet een radiografie onder gasanesthesie worden genomen om te zien in hoeverre het gezwel al dan niet de ademhaling belemmert. In sommige gevallen groeit het gezwel in de richting van de mond en zijn er  geen onmiddellijke problemen te verwachten.
    Op de radiografie kan men ook zien of het gezwel éénzijdig of tweezijdig is.
    In de meeste gevallen doe ik in mijn praktijk ook een algemeen bloedonderzoek, om zeker te weten dat er geen andere problemen over het hoofd worden gezien.
     
     
    Behandeling
     
    Aangezien het hier om een zeer ernstig ziektebeeld gaat, bestaat er spijtig genoeg geen ideale behandeling. In mijn praktijk bekijk ik de mogelijkheden per individu.
    Indien de diertjes zich beginnen verslikken, moet men overschakelen op vloeibare voeding zoals Critical Care voeding (Oxbow ®) en/of babyvoeding (enkel groenten). Het is belangrijk om de voeding in de hoogte te plaatsen, zodat de diertjes gedwongen zijn om rechtop te staan tijdens het eten. Dit laatste vereenvoudigt het slikken. Indien de diertjes zich toch verslikken en dreigen het bewustzijn te verliezen, moet men het prairiehondje zo snel mogelijk met het kopje naar beneden houden en tegelijkertijd zacht schudden of de borstkas voorzichtig tussen duim en wijsvinger indrukken.
     
    Een behandeling is nodig vanaf het moment dat de dieren problemen krijgen met de ademhaling.
    Als men in dit geval niet snel een behandeling instelt gaan de diertjes stikken.
     
    Mogelijke behandelingen zijn:
     
     
     
     
    1) Medicamenteus
     
    Toediening van gepaste antibiotica bij infectie. Steeds moet een kweek van een neusspoeling in het lab worden gedaan om indien mogelijk de oorzakelijke kiem te identificeren en het correcte antibioticum te bepalen. Een bijkomend probleem stelt zich: prairiehondjes kunnen maar een met beperkt aantal antibiotica behandeld worden omwille van de zeer complexe en gevoelige bacteriële flora van het maagdarm stelsel.
    Ook het toedienen van ontstekingsremmers om de neusslijmvliezen te ontzwellen kan de ademhaling verbeteren.
    In mijn praktijk zie ik ook goede resultaten met de toediening van mineraal supplementen en slijmoplossende middelen.
    Bepaalde van hoger genoemde medicijnen worden toegediend via verneveling, zodat deze dadelijk in de neus terecht komen.
     
    2)Chirurgisch
     
    Mogelijke chirurgische alternatieven zijn
     
    2a) Rhinotomie: Het creëren van een nieuwe ademhalingsopening voorbij het gezwel.
     
    Tijdens deze ingreep wordt een klein plastieken buisje in de neus geplaatst. 
    Voordelen van deze ingreep zijn een kortere chirurgie dus een iets kleiner risico en meestal een vlot herstel na de ingreep, tenzij in gevallen waar de tumor(en) zeer ver in de neus groeien.
    Nadelen zijn het levenslang spoelen van de openening (1 tot 2 maal daags ) en het feit dat prairiehondjes er na verloop van enkele maanden vaak in slagen om het buisje te verwijderen. In dit geval moet het buisje opnieuw worden geplaatst, wat echter slechts een kleine ingreep is. In bepaalde gevallen neemt de zwelling van de slijmvliezen door het dagelijks spoelen van de neusholte zodanig af dat de dieren ook zonder buisje terug vrij goed kunnen ademen.
     
     
     
    Prairiehondje met ademopening tijdens ontwaken na chirurgie
     
     
     
    2b) Chirurgische verwijdering van de tumor(en).
     
    Dit kan gebeuren via extractie van de tand met gezwel of door verwijdering van de tumor(en) via het neusdak. Ikzelf doe bij beiderzijdse gezwellen slechts één kant per keer, om de operatieduur en het risico te beperken.
    Nadelen zijn een groot operatie risico, met een moeilijke en vaak langdurige recovery. Ook de eerste dagen na de operatie blijven kritiek.
    Voordeel is dat bij volledige verwijdering van de tumor(en) er meestal een volledig herstel met normale levensverwachting is. In uitzonderlijke gevallen kan er een teruggroei zijn van de tumor(en).
     

     
    Bovenste snijtanden met aan de basis het pseudo-odontoma na chirurgische extractie
     
    3) Euthanasie
     
    Indien de medicamenteuze therapie niet aanslaat en de eigenaar weigerachtig staat ten opzichte van chirurgie moet euthanasie overwogen worden. De diertjes gaan bij groei van het gezwel steeds minder ademruimte krijgen en uiteindelijk stikken. Dit is een erg pijnlijke en wrede dood, dus men moet in dit geval als eigenaar op tijd de beslissing nemen om het diertje te euthanaseren.

     

     
    Prairiehond: Shut Down

     

    Synoniemen

    Pseudowinterslaap

    Torpor

     

     

    Shut Down bij een prairiehondje is een toestand waarbij het diertje sterk begint te onderkoelen. Hierdoor gaat het minder actief worden, trager bewegen en ongecoördineerd geraken.

    De reden hiervan kan fysiologisch (normaal overlevingsmechanisme) zijn namelijk een normale korte onderkoeling als manier om een periode met weinig voedsel of met zeer lage temperaturen te overleven. Door de daling van het metabolisme dalen dan ook de energiebehoeften.

     
    Men ziet shut down voornamelijk optreden als de temperatuur onder de 16 graden zakt.

     

    Shut down gaat ook vaak gepaard met een pathogische oorzaak zoals bijvoorbeeld een slechte algemene toestand door ondervoeding of ziekte.

     

    Soms is de oorzaak van de shut down onbekend.

     

    Typische symptomen zijn dus hypothermie (onderkoeling), het diertje gaat koud aanvoelen.

    Meestal krijgt men ook hypoglycemie (daling van de bloedsuiker spiegel).

    Door de hypoglycemie en de hypothermie gaat het diertje trager beginnen bewegen en soms zelfs omvallen of gewoon blijven liggen.

     

    Best ga je zo snel mogelijk naar de dierenarts doch je begint best al het diertje op te warmen door bijvoorbeeld het prairiehondje onder je trui steken of er met een warme haardroger op te blazen, ook een kersenpitkussen of een warmwaterkruik kunnen helpen.

    Let wel op voor te hoge temperaturen!!! Zorg dat je hand tussen de haardroger en het prairiehondje ligt en laat ook gedurende meerdere minuten je hand op de warmwaterkruik of het kersenpitkussen rusten, zodat je kan testen dat dit niet teveel warmte afgeeft!

    Een te hoge temperatuur kan brandwonden veroorzaken!!

     

    Het kan ook nuttig zijn om indien het diertje nog alert is, het een beetje suikeroplossing toe te dienen met een spuitje.

    Indien het prairiehondje echter sterk verminderd bewustijn vertoont mag je nooit iets in de mond spuiten, aangezien het gevaar op verslikking te groot is!

    In dit geval kan een beetje suiker of honing onder de tong helpen. De tong is sterk doorbloed en op die manier kan je suiker in de bloedbaan laten opnemen.

     

    Het is natuurlijk evident dat in alle andere gevallen zoetstoffen uit den boze zijn bij prairiehondjes, aangezien bij frequente toediening de maagdarm flora kan ontregeld worden

    met fatale afloop!! Vergeet niet dat prairiehondjes herbivoren zijn en een vezelrijk dieet nodig hebben.

     

    Aangezien het hier echter om een noodsituatie gaat kan een eenmalige toediening van een zoetstof geen kwaad en levensreddend zijn.
     
     

    Prairiehondje in couveuze: Foto Dierenartspraktijk Thas

     

     

     

    Nadat je het diertje gestabiliseerd hebt gaat u best zo snel mogelijk naar de dierenarts. Breng hem/haar op de hoogte van je eerst hulp verrichtingen.

    Best laat je het diertje in observatie bij de dierenarts.

    Wij gaan hier op de praktijk bij erge gevallen een glucose oplossing via een infuus toedienen en het diertje in een couveuze plaatsen.

     

    Prairiehondje aan infuus : Foto Dierenartspraktijk Thas

     

     

     

     

    In zeer erge gevallen kunnen eventueel kortwerkende cortisone in lage dosis worden toegediend. Dit doen we echter slechts uitzonderlijk, enkel bij levensbedreigende situaties, aangezien cortisone niet zo veilig is bij prairiehondjes.

    Een het diertje stabiel is gaan we verdere onderzoeken uitvoeren. Steeds doen we een algemeen bloedonderzoek en bepalen we de bloedsuikerspiegel

    Soms doen we ook nog radiografie of echo indien we nog bijkomende informatie nodig hebben om je diertje optimaal te behandelen.

     
     

    Dierenarts Inge Thas

    Heerweg-Zuid 9

    9052 Zwijnaarde

    Ithas@skynet.be

     
    GSM: 0477/ 29.65.45
    TEL:    09/ 272.85.58