Een Indiaans Scheppingsverhaal:
Ik ga jullie het oude Indianenverhaal vertellen over het ontstaan van de wereld en van de mens. Toen de prairiehond de wereld had gemaakt, raapte hij de wind op, die de vorm had van een zeeschelp. Die keerde hij om, en zo ontstond de hemel. De vijf hoeken van de wereld gaf hij schitterende kleuren. Daarboven spande hij een regenboog, die de dag van de nacht scheidde. Daarna ging hij op zijn achterpoten zitten huilen zoals alleen een prairiehond dat kan doen, waarop de zon en de maan langs de hemel begonnen te bewegen. De prairiehond liet bomen groeien op de vlakten en maakte bergen, meren en rivieren. En daarna zorgde hij ervoor dat er dieren kwamen die de wereld konden bewonen. Een beer, een leeuw, een bever, een uil, een muis en nog vele andere dieren. En nu moeten er mensen komen, zei de prairiehond, maar hij had geen idee hoe deze er uit moest zien. "U kunt natuurlijk doen wat u wilt", zei de leeuw, "maar ik denk dat de mens scherpe tanden en klauwen moet hebben". "Net als die van jou?"....vroeg de prairiehond. "Ja, antwoordde de leeuw, net als die van mij". "Niemand wil een stem als de jouwe hebben," zei de beer. "Met zo'n stem jaag je iedereen weg. Ik vind dat de mens op zijn achterpoten moet kunnen lopen". "Net zoals jij?"....vroeg de prairiehond. "Ja, net zoals ik", zei de beer. Toen zei de uil dat de mens vleugels en goede ogen moest hebben. En het schaap vond dat de mens een dikke vacht moest hebben, en de muis vond dat de mens heel klein moest zijn. En doordat ieder dier wou dat de mens er net als zichzelf moest uitzien kwam er zelfs ruzie van. Daarom besloot de prairiehond een wedstrijd te houden. "We maken allemaal een mens van klei zoals wij denken dat een mens eruit moet zien, en morgen maken we dan een keus". Alle dieren renden weg om klei uit de rivier te halen. De uil boetseerde een mens met vleugels. Het hert maakte een mens met grote oren en grote ogen. En de muis maakte een heel klein mensje en ieder dier boetseerde een mens die er net als zichzelf uitzag. 's Avonds wanneer alle dieren moe waren en sliepen haalde de prairiehond water uit de rivier en goot die over al de beeldjes. Ze zakten allemaal in elkaar en hieruit boetseerde hij de mens met armen en benen, en met een gladde huid. Daarna blies hij zijn adem in de neusgaten van het beeld en zo begon de mens te leven. En zo, is het oude Indianenverhaal over het ontstaan van de mens en de wereld.
|